Visie

Slimme verlichting is startpunt voor integraal beleid openbare ruimte

UITGELICHT: Ontdek hoe slim de OLC400 Zhaga is Lees het nu

‘Nederlandse gemeenten nog niet op schema’

Hoewel er al jaren aandacht is voor de mogelijkheid om het lichtareaal te verslimmen en energiezuiniger te maken, schrokken we toch van de cijfers in het door Luminext georganiseerde Webinar over Smart Lighting. We spraken met Robert Tissing en Leffert de Weerd van Luminext wat de reden zou kunnen zijn voor het feit dat de doelstellingen uit het Energieakkoord voor openbare verlichting -laten we het voorzichtig zegge – niet “op schema” liggen.

Door Wendy Daanen
Smart City Plaza

Visie

Een frisse kijk

In ‘Visie’ vertellen medewerkers, klanten en partners over hun kijk op smart lighting.

Eerst wat cijfers om duidelijk te maken waar we het over hebben. In het Energieakkoord van 2013 zijn een aantal doelstellingen vastgelegd om energie te besparen. Voor de openbare verlichting is concreet vastgelegd dat er in 2020 20% energie bespaard zou worden ten opzichte van 2013. In 2030 zou de energiebesparing dan 50% moeten zijn, waarbij ook is vastgelegd dat er in 2020 40% van het areaal voorzien moet zijn van slim energiemanagement. Dat wil zeggen; het anders schakelen dan standaard nachtschakelen door de netbeheerder of het regelen van het lichtniveau middels dimmen.

Wat is er tot nu toe gerealiseerd van deze doelstellingen?

Uit de klimaatmonitor van Rijkswaterstaat in 2018, waar 157 gemeenten aan deelnamen, blijkt dat er slechts 37 gemeenten aan de doelstelling hebben voldaan 20% energie te besparen en dat 45 gemeenten aan de doelstelling van 40% verlichting met slim energiemanagement hebben voldaan. Dat betekent dat nog maar 8% van de openbare verlichting voorzien is van slimme technologie en dat van het totale lichtareaal slechts 30% bestaat uit LED-verlichting.

Het energiebesparingspotentieel

Nu draaien we het even om; 70% van de openbare verlichting is dus nog geen LED. Aangezien er 3,5 miljoen lantaarnpalen zijn in Nederland zijn er dan zo’n 2,45 miljoen lichtmasten die, met een gemiddeld verbruik van 55 Watt – in totaal  566 miljoen kwH-  verbruiken. Luminext rekent voor dat als je deze lantaarnpalen zou voorzien van ledverlichting en een structureel dimprofiel dat de verlichting zachter laat branden of uitzet op bepaalde momenten, er een energiebesparing mogelijk is van maar liefst 368 miljoen kwH. Dat is écht een serieuze hoeveelheid energie. Genoeg om 123.000 huishoudens van energie te voorzien bijvoorbeeld. Of om 2,4 miljard kilometer met je elektrische auto mee te rijden. Daarnaast bespaart het ook 175 miljoen kilo CO2 uitstoot.

Dit roept toch de vraag op waarom de ‘verledding’ en de ‘verslimming’ van de openbare verlichting zo lang duurt. We vragen het aan directeur Robert Tissing en business developer Leffert de Weerd van Luminext.

'Er kan 368 miljoen kwH energie worden bespaard. Dat staat gelijk aan het verbruik van 123.000 huishoudens'

Leffert de Weerd, data analist Luminext

Voorbij de terugverdientijd

Tissing snapt het aan de ene kant wel; met zijn achtergrond in de financieringswereld erkent hij het investeringsvraagstuk. “Na de investering van een LED-armatuur en een slimme connector kit ben je per lantaarnpaal zo € 600 euro verder, afgezien nog van de operationele kosten. We krijgen dan vaak de vraag wat de terugverdientijd is van de verslimming en verduurzaming van de openbare verlichting. De economische terugverdientijd alleen maar op basis van energiebesparing is zo’n acht of negen jaar en dat vindt men vaak te lang. Als de terugverdientijd langer is dan 3 jaar, is het moeilijker om budget te krijgen”.

Kostenbesparing en procesverbetering

Onterecht, volgens Tissing, want behalve een directe energiebesparing en een kostenbesparing op termijn, krijg je er ook hele andere zaken voor terug die zich minder goed in geld laten uitdrukken, maar wel minstens net zo belangrijk zijn. “Door slimme verlichting zijn storingen veel eerder verholpen”, licht De Weerd toe. Daar waar een lantaarnpaal vroeger een week uitstond voordat iemand een melding maakte, geeft de slimme verlichting zelf direct het defect door. Indirect betekent dat toch een kostenbesparing en een procesverbetering. Door de automatische storingsmeldingen zijn er geen nachtelijke inspectierondes meer nodig en wordt het klant contactcentrum minder belast. De storing is sneller opgelost, omdat je niet meer hoeft te wachten tot de wijkbewoners een storing doorgeven. Daardoor is de uptime van de verlichting – en daarmee de veiligheid – optimaal”.

'Het is een mentale sprong om op een functionele manier gegevens te krijgen'

Robert Tissing, directeur Luminext

Voordelen voor andere beleidsterreinen

Slimme verlichting heeft dus een positief effect op de verkeersveiligheid. Hiermee komen we wellicht op de tweede oorzaak voor de lage verslimmingsgraad van het lichtareaal; de onbekendheid bij de andere beleidsterreinen. De beheerder van de openbare verlichting is primair verantwoordelijk voor de functionele elektrotechnische aspecten van de verlichting, waarbij energiebesparing of de verkeersveiligheid niet altijd als kpi zijn opgenomen.

Luminext stelt zich echter op het standpunt dat slimme verlichting onderdeel zou moeten uitmaken van het integrale beleid in de buitenruimte, want andere beleidsterreinen kunnen er wel degelijk van profiteren. Zo is de afdeling veiligheid en handhaving erbij gebaat dat de verlichting in de binnenstad snel opgeschakeld kan worden bij calamiteiten en de afdeling verkeer zou ondersteund kunnen worden door de verlichting te koppelen aan de verkeersintensiteit op doorgaande wegen of of op een fietspad in het buitengebied. Ook de afdeling milieu is gebaat bij diervriendelijke verlichting. Los van deze toepassingen zorgt slimme verlichting natuurlijk ook voor inzicht in het verlichtingsareaal, het energieverbruik en de CO2-uitstoot.

Grootschalig aanpakken

Tissing geeft aan dat het een mentale sprong vergt om op een functionelere manier gegevens te verkrijgen, waarbij hij pleit voor grootschalig slim verlichten. Nog steeds heel veel gemeenten hebben maar een klein gedeelte van het areaal slim gemaakt, terwijl het pas echt goed werkt als je het hele areaal ‘verslimd’ en er actief mee omgaat. Dat is precies de missie van het bedrijf; gemeenten ondersteunen om grootschalig slim te verlichten om zo, gemeentebreed en op meerdere beleidsterreinen, datagericht te kunnen sturen. Op de vraag hoe ze dat doen, antwoordt De Weerd: “Onder andere met het in huis ontwikkelde Luminizer platform, wat een van de weinige leveranciersonafhankelijke verlichtingsplatforms is. Alle  slimme verlichting, van welke leverancier ook, kan gekoppeld worden zodat je inzicht krijgt in je totale areaal. We willen onze klanten gewoon graag helpen om verlichting slimmer te gebruiken. Samen maken we dan een plan, waarbij we kijken wat er eerst moet gebeuren. De één begint bij de doorgaande wegen en de ander bij het centrum, afhankelijk van waar de prioriteiten liggen. Vervolgens rapporteren we dan per kwartaal en laten we zien wat er mogelijk is. Daarnaast hebben we een supportafdeling waar je terecht kunt met vragen en organiseren we klantcontactdagen om samen te leren hoe je gebruik maakt van smart lighting”.

Plan

De heren merken op dat de route naar een volledig slim lichtareaal niet van de ene op de andere dag gaat gebeuren, daar is het te veelomvattend voor. Maar als ze één advies mogen geven aan gemeenten die nog geen gemeentebrede slimme verlichting hebben? “Maak een plan en stippel nu alvast de route uit naar integraal gebruik van slimme verlichting. En als je niet weet waar te beginnen, dan helpen we daar graag bij”.

Meer weten over smart lighting?

 

We geven je graag advies op maat. Neem vrijblijvend contact op met Marcel Hollanders en stel je  vragen.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Marcel Hollanders

Senior Account Manager